Hans en Grietje

In het bosch hadden zij een mooi vogeltje gezien en dat waren ze nageloopen, zoolang totdat zij niet verder konden en van moeheid in slaap vielen. Toen ze ontwaakten hadden ze honger. In de verte zagen ze een huisje. Daar gingen ze heen. Wat keken ze vreemd op! Het heele huisje was van lekkers gebouwd. Ze braken er groote stukken af en gingen smullen,
Daar kwam een oude vrouw naar buiten. Zij wenkte de kinderen, die niet wegloopen durfden. "zizoo" zeide de vrouw, "nu blijf jullie een poosje bij mij"en zij gaf ze wat te eten, doch na het eten stopte zij Hans in een klein hokje en moest Grietje alle werk voor haar doen. Want de oude vrouw was een heks, die Hans wilde vetmesten en later opeten!  Alle dagen werkte Grietje en ging de oude vrouw, die niet best kon zien, kijken of Hans al vet wrd. De slimme jongen stak haar dan een stokje toe, dat Grietje hem gegeven had. Dan schudde de heks het hoofd, dat de jongen zoo slecht groeide! Eindelijk kreeg zij toch zooveel trek in menschenvleesch, dat zij Grietje last gaf, den oven heet te stoken. Het meisje schreide en trilde van angst om haar broertje. Zij legde daarom het vuur maar aan één kant aan.
( Genoveva en andere verhalen,opnieuw verzameld door H.C.J.)