zo hoort het 's avonds

de stoeltjes netjes aan de kant,
de poppekleertjes in de mand
de blokken in de blokkendoos,
want anders wordt mijn moeder boos.
Zet Bruintje Beer maar in de hoek,
die deugniet is ook altijd zoek.
De olifant, die leuke guit,
Mag heus vanacht de kast niet uit.
En Pieternel, de grijze poes,
Kan net nog naast de zwarte does.
De gummipop van kleine Aart,
Die past wel bij het houten paard.
De poppen doen we in hun bed.
De ballen doen we in het net.
"Is alles opgeruimd? " roept Moe,
"Dan gaan we vlug naar boven toe!"
(Vogelvlucht, Casper de Jong en Leonard Roggeveen)

Toen 't kindje op de wereld kwam
Al uit zijn donkere hoekje
Toen dronken de vrienden wijnKandeel
En ze wonden 't in een doekje
Al wie 't kindje zijn luurtjes vouwt
Leven ze lang dan worden ze oud
En ze zullen te bruiloft komen
Als ons klein kindje trouwt
( handje plak, N.Bodenheim)

paardje paardje rij naar stee
breng voor 't kindje koekjes mee
koekjes met vier hoekjes
aan alle kanten even smal
raadt eens wie die hebben zal
't kindje krijgt die koekjes al
als ze stout is niemendal
( Handje Plak, N.Bodenheim)