St., Nicolaas in de school

Op een a-vond zei Sint-Ni-klaas
"Ga je mee naar school toe Piet?
'k wil een kij-ken of de juf-frouw
Ook een brief-je ach-ter liet"

Foei, wat schrik ik van die na-men
Die op 't bord ge-schre-ven staan!
Piet, wat zou dat toch be-duiden
Heb-ben die soms kwaad ge-daan?"

"Nee, Sint-Ni-klaas," sprak het
knecht-je,
"juist die kind'-ren wa-ren zoet,
Mo-gen zij wat van ons heb-ben
Bes-te Sint, vindt u dat goed?"

"Ja, hoor Piet," zei Sin-ter-klaas toen
"zorg maar gauw, dat ie-der kind
Dat op 't bord is op-ge-schreven,
Mor-gen iets in 't kast-je vindt."

Als 't maantje schijnt

't maantje schijnt zoo hel-der
't houdt heel stil de wacht;
Kin-der-tjes, nu sla-pen gaan,
Bui-ten komt de nacht.

Strak-jes als je al-len
In je bed-je ligt
Komt de Sint met Pie-ter-baas
't Maantje geeft hun licht.

't Paard-je loopt heel zacht-jes
Piet volgt op den voet
Stil, doe gauw je oog-jes dicht
Want ze luis-t'ren goed