|
St Nicolaasversje
Als je 's a-vonds in je bed-je vei-lig ligt voor kou en wind, Moet je ook eens e-ven den-ken Aan den ou-den Sint.
En dan moet je niet ver-ge-ten; Sin-ter-klaas is al heel oud; En hij heeft het op de da-ken, met zijn paard-je soms heel koud.
't Trou-we knecht-je zegt hem al-les Goed en kwaad van ie-der kind, Weet je wel, dat als je stout bent Hij dat heel ver-drie-tig vindt?
Zul je, om hem te ver-ras-sen, nu eens flink je best gaan doen? 'k Weet dan ze-ker, dat je 's morgens Ook wat moois vindt in je schoen.
|
|