|
Het maken van de rommelpot
De oorspronkelijke manier van het maken van een rommelpot is een keulse pot of aardewerkse pot overspannen met een varkensblaas. De varkensblaas moest een aantal weken drogen. Als de blaas er een beetje perkamentachtig uit begon te zien was hij droog genoeg. Verder moest je zorgen voor een dunne bamboestok. Die sneed je af op een lengte van ongeveer 20 à 30 cm, waarbij aan beide kanten de verdikking van de bamboestok het uiteinde vormde. Eén uiteinde duwde je in het midden van de varkensblaas, zodat er aan de andere kant een uitstulping ontstond en met een dun vliegertouw bond je dan de bamboestok aan die kant vast aan de varkensblaas. De varkensblaas werd nu over de pot gespannen, de pot had een rand en met een touw werd de blaas vast gemaakt. Het bamboerieten stokje moest precies in het midden zitten. En de blaas moest zo gespannen worden dat het stokje rechtop bleef staan. Nu was de rommelpot klaar.
Om het brommend geluid te krijgen spuugde je in je hand en haalt het bamboerietje op en neer. Omdat het riet als het ware door je hand glibberde kwam het in een zeker trilling en deze trilling werd versterkt door het membraan van de varkensblaas. Daardoor ontstond het karakteristieke, wat brommende geluid.
Later is het principe van de varkensblaas en bamboerietje "Spaans rietje" vrijwel hetzelfde gebleven, alleen werden er toen conservenblikken of verfblikken voor gebruikt.
|
|