Kippen-kuikens

Een haantje en een hennetje

Een haantjen en een hennetje
Die gingen samen op reis.
Ze kwamen bij een hofstee aan,
Daar waren de luiken nog toegedaan,
"Hier weg!" zei de haan, "kom mee;
Hier deugen ze niet voor het vee:
De boer en de vrouw, de knecht en de meid
Zijn lui en verslápen hun tijd."

Een haantjen en een hennetje
Die gingen samen op reis.
Ze kwamen aan een boerderij,
Daar geeuwde de knecht en de meid erbij.
"Hier weg!"zei de haan, "kom mee;
Hier deugen ze niet voor het vee;
De boer en de vrouw slaapt te láng, en de meid en de knecht, die vergápen hun tijd."

Een haantjen en een hennetje
Die gingen samen op reis.
Ze kwamen op een hof terecht,
Daar dňrste de boer al met vrouw, meid en knecht.
"Hier in!" zei de haan, "kom mee,
't is hier een paleis voor het vee;
De boer en de vrouw, de knecht en de meid,
Die passen precies op hun tijd."

Palm-palm-pasen
Hei koerei.
Over enen Zondag
Hebben wij een ei.
Eén ei is geen ei,
Twee ei is een hallef ei,
Drie ei is een paas-ei!

Het kippetje Ukkepuk,
Heeft  het altijd druk.
Maandag moet ze dweilen
Dinsdag nageltjes veilen,
Woensdag wormpjes bakken
Donderdag houtjes hakken,
Vrijdag kippepap roeren,
Zaterdag kuikentjes voeren
Maar zondag is ze vrij,
Dan legt ze een gespikkeld ei!