|
Dikkie en de Ganzen.
Dikkie loopt zich te vervelen. Lieve deugd, wat toch gedaan? Wacht, hij zal de ganzen jagen, En ze met een stokje slaan.
Maar de gans denkt; "'t Is te mal toch, Dat we bang zijn voor zo'n puk!" En wijd met de vleugels klappend Keert hij om zich met een ruk,
Blaast geweldig tegen 't ventje, Slaat hem vierkant van de been, Grijpt zijn pet en loopt zacht gakkend Naar zijn ganzewijfje heen.
Och, wat schreeuwt nu onze Dikkie! Maar de lust is hem vergaan, Om van loutere verveling Op de ganzen los te slaan. C.J.C. Geerlings.
|
|