Niet zonder moeite werd de mand opengemaakt, want hij was stevig dichtgenaaid met veel touw om de biezen. Maar ten laatste konden Engeltje en haar moeder aan het uitpakken gaan. Wat zij deden onder menigen uitroep van verbazing. Eerst legden zij een plumpudding op de tafel, toen volgde een heelen stapel sinaasappelen en goudreinetten; daarna verscheen een heerlijk koek en eindelijk een beelderige Kerstkaart, met een roodborstje, dat over de sneeuw huppelde. "Gelukkige Kerstmis!" stond er onder als randschrift. "Waar kunnen en al die heerlijke dingen  vandaan komen? "riep Engeltje, terwijl het eene na het andere voor den dag kwam uit de mand. Eindelijk vonden zij, héél op den bodem , een klein briefje.