|
Vuistrecht
In d'oude tijd was 't vuistrecht Het hoogste recht op aard; Wie 't best van al kon vechten, Was 't meest van al ook waard; 't Ging niet, wie er gelijk had, maar wie het felst kon slaan; van recht, dat werd geschonden, trok niemand zich wat aan.
Nu, vele eeuwen later, Heerst nog datzelfde recht; Alleen zijn 't ganse volken, Die delen in 't gevecht. Kanonnen en geweren Verschaffen aan een rijk, Dat recht en wet wil schenden, Het zo begeerd "gelijk"
Zeg, jongens van Oud-Holland, Hier wacht een dure plicht; Strijdt mee, dat nooit weer oorlog Gezin en staat ontwricht; Dat nooit opnieuw de vrede Door 't vuistrecht wordt ontwijd; Weest jongens van Oud Holland, Maar van een nieuwe tijd. ( het ruisende woud, Jac. Van der Klei)
|
|