Er lag een zeehond op het strand, die stak zijn neusje in het zand. De hemel was vol zonneschijn, Laat je hartje ook zo zijn
Er liep een katje in Drenthe Die liet zijn staart permanenten Een muis die het zag schoot hartelijk in de lach.
Een krekeltje in het groene gras Een kikker in een waterplas. Een honingbijtje op een bloesemtak. Een goudvis in een vissenbak Die leren je, dat al wat leeft Een zinvolle bedoeling heeft.