|
Waarvan gaan de boeren
Waarvan gaan er de boeren, de boeren, Waarvan gaan er de boeren zo mooi? Ze dorsen het koren, verkopen het strooi! Daarvan gaan er de boeren, de boeren, Daarvan gaan er de boeren ze mooi!
Waarvan hebben de boeren, de boeren, Waarvan hebben de boeren veel geld? Ze karnen de boter, verkopen de melk! Daarvan hebben de boeren, de boeren, Daarvan hebben de boeren veel geld!
Waarvan drinken, de boeren, de boeren, Waarvan drinken de boeren de wijn? Ze mesten het kalf en verkopen het zwijn; Daarvan drinken de boeren, de boeren, Daarvan drinken de boeren de wijn!
|
|