De Boer

Boertje en boerinnetje,
Vriendje en vriendinnetje,
Wil je samen dansen gaan
Met je mooie klompjes aan.
Ja, wij willen dansen gaan;
Hoor maar hoe de klompjes slaan,
In de maat bij elke stap.
Gaan de klompjes klap,klap,klap.

Waarvan gaan de boeren

Waarvan gaan er de boeren, de boeren,
Waarvan gaan er de boeren zo mooi?
Ze dorsen het koren, verkopen het strooi!
Daarvan gaan er de boeren, de boeren,
Daarvan gaan er de boeren ze mooi!

Waarvan hebben de boeren, de boeren,
Waarvan hebben de boeren veel geld?
Ze karnen de boter, verkopen de melk!
Daarvan hebben de boeren, de  boeren,
Daarvan hebben de boeren veel geld!

Waarvan drinken, de boeren, de boeren,
Waarvan drinken de boeren de wijn?
Ze mesten het kalf en verkopen het zwijn;
Daarvan drinken de boeren, de boeren,
Daarvan drinken de boeren de wijn!

Ga pompen, ga pompen,
De boer die staat op klompen.
Hij zwaait de zwengel in en uit
En al het water spat en spuit
De emmers in met volle straal.
De boer, die vult ze allemaal.

Het paardje kan weer drinken,
De hofstee kan weer blinken.
De vrouw kan poetsen, schrobben
En wassen in haar tobben.
Wel boer, bedankt dat jij dit doet,
Het water is voor alles goed.