De Bakker

Zim-zam, zarretje, de bakker heeft een karretje,
Het dekseltje gaat open, ik ga een koekje kopen.

Zim-zam, zarretje, de bakker heeft een karretje,
Het dekseltje gaat open, ik ga een snoepje kopen.

Zim-zam, zarretje, de bakker heeft een karretje,
Het dekseltje gaat open, ik ga een lollie kopen.

Zim-zam, zarretje, de bakker heeft een karretje,
Het dekseltje gaat open, ik ga een broodje kopen.

Peter ga voor moeder eens een boodschap doen!
Peter ga voor moeder eens een boodschap doen!
Waar zit die rakker, hij moet naar de bakker!
Waar zit die rakker, hij moet naar de bakker!

Vader roept en moeder roept: een boodschap doen!
Vader roept en moeder roept: een boodschap doen!
Petertje blijft zwijgen, vader zal 'm krijgen!
Petertje blijft zwijgen, vader zal 'm krijgen!

Peter, wil je 'n snoepje? Dan een boodschap doen!
Peter, wil je 'n snoepje? Dan een boodschap doen!
Kijk hem eens lopen om een brood te kopen!
Kijk hem eens lopen om een brood te kopen!