De Bakker

De bakker, de bakker komt eraan.
Z'n karretje laat hij even staan.
"Mevrouw"roept hij dan
"wat zal het zijn?"
"Twee borden een koek en wat marsepein."

Tingelingeling, wie belt daar?
De bakker, de bakker!
Tingelingeling,
wie belt daar aan de deur.
Heb je de centjes in je hand?
Dan kun je wel wat kopen.
Ik heb goede waar, geloof mij maar.

Ik ging eens om een broodje en de bakker was niet thuis;
En toen de bakker niet thuis was, toen gingen we weer naar huis.
Poort half/heel open,
Poort half/heel open.

Bakker, bakker, bolleman,
Bak een broodje, als je kan;
Bak een broodje, lekker rond,
Voor mijn broertje's kleine mond.
Bakker, bakker, bolleman
Stook je vuurtje nog wat an!
Stook je vuurtje met wat hout,
Want je deeg dat is nog koud.
Haal je brood en je beschuit
Nu maar gauw den oven uit.
"Dank je baas! Nu met mijn vracht
Naar mijn broer, die lang al wacht."