|
| Trein |
|
 |
|
De stoker en de
machinist die hebben de trein, die hebben de trein, De stoker
en de machinist die hebben de trein gemist.
Ze dronken samen
op de stoep, een kommetje hé, een kommetje hé Ze
dronken samen op de stoep een kommetje hete soep.
Precies om
zeven over elf, daar reed me de trein, daar reed me de trein
Precies om zeven over elf daar reed me de trein vanzelf
En
als de trein vanzelf niet stopt, Dan rijdt-ie vana-, dan rijdt-ie
vana- En als de trein vanzelf niet stopt,dan rijdt-ie vanavond
nog. |
|
 |
De trein is aan, de trein is aan; We zijn nog net op tijd! We stappen in, voorzichtig aan en wachten tot hij rijdt. De man geeft met z'n spiegel-ei 't teken tot vertrek; Heel even nog, dan rijden wij; Vaarwel van deze plek. Aju! Aju! De trein gaat eerst heel langzaam aan; Te-du, te-du,te-du; dan kan hij weer wat vlugger gaan; Te-du, te-du, te-du; Nu rijdt hij snel, dat zie je wel; Te-du, te-du, te-du; Daar gaat hij al weer langzaamaan, Totdat de trein blijft staan. Er uit! Er uit! |
| |
 |
 |
|
| |
|
| |
|
 |
|
|
|