Trein  
 
De stoker en de machinist
die hebben de trein, die hebben de trein,
De stoker en de machinist die hebben de trein gemist.

Ze dronken samen op  de stoep,
een kommetje hé, een kommetje hé
Ze dronken samen op de stoep een kommetje hete soep.

Precies om zeven over elf,
daar reed me de trein, daar reed me de trein
Precies om zeven over elf daar reed me de trein vanzelf

En als de trein vanzelf niet stopt,
Dan rijdt-ie vana-, dan rijdt-ie vana-
En als de trein vanzelf niet stopt,dan rijdt-ie vanavond nog.
 
De trein is aan, de trein is aan;
We zijn nog net op tijd!
We stappen in, voorzichtig aan
en wachten tot hij rijdt.
De man geeft met z'n spiegel-ei
't teken tot vertrek;
Heel even nog, dan rijden wij;
Vaarwel van deze plek. Aju! Aju!
De trein gaat eerst heel langzaam aan;
Te-du, te-du,te-du; dan kan hij weer wat vlugger gaan;
Te-du, te-du, te-du;
Nu rijdt hij snel, dat zie je wel;
Te-du, te-du, te-du;
Daar gaat hij al weer langzaamaan,
Totdat de trein blijft staan.
Er uit! Er uit!