Koen, maak je míjn schoen? Ja, juffrouw, 'k zal het dadelijk doen. Koen, maak je hem sterk? Ja, juffrouw, dat is m'n dagelijks werk!
Koen, is m'n schoen al klaar? Ja, juffrouw, betaal maar! Koen, ik heb geen geld ontvangen…... Wel , dan blijft die schoen daar hangen, Want op mensen zonder geld, Daar ben ik niet op gesteld. Dag, Koen! Dag, juffrouw zonder schoen!
Het liedje van den schoenlapper.
Ik zit al met mijn driebeen. Voor dag en dauw, De spanriem om mijn kniebeen, En werk voor kind en vrouw. En 't klinkt al door mijn kamerke, Klip! klop! klop! Ik tik al met mijn hamerke, De spijkers op hun kop. Klop!
'k Lap schoenen plompe en fijne, Zolang het kan, 'k Maak schoenen, grote en kleine, Voor boer en edelman. En 't klinkt al door mijn kamerke, Klip! klop! klop! Ik tik al met mijn hamerke, De spijkers op hun kop. Klop!
Aan d'ene geef ik later, Een nieuw fatsoen, Smijt d'ander weg in 't water; Daar is niets meer aan te doen. En 't klinkt al door mijn kamerke, Klip! klop! klop! Ik tik al met mijn hamerke, De spijkers op hun kop. Klop!