|
Molentje, wat maal je lustig met je wieken naar den wind; En je ziet er uit, als of je't altijd even prettig vindt!
'kZou zoo graag eens willen weten wat er wel gebeuren zou, Als ik mij op een der wieken stevig vastbond met een touw.
Maar nu ik je zoo zie draaien, Blijf'k toch liever op den grond. Je springt wel een beetje haastig met je wieken in het rond.
Draai maar liever op je eentje, ben je boos, dat ik het zeg? Heusch, ik blijf je toch toch maar liever flink een eindje uit den weg.
|
|